Koorkring Zeeuws-Vlaanderen
Zing van de Heer een nieuw lied, heel de aarde, zing van de Heer.
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Halleluja

Als medewerkers aan de verschillende liturgische vieringen is het wel noodzakelijk om enige kennis te hebben van de opbouw van de viering waaraan we bijvoorbeeld als koor, dirigent of organist medewerking verlenen. In de categorie 'Zang in de liturgie' brengen wij de verschillende momenten onder de aandacht die door een koor gezongen kunnen worden. In de vierde aflevering het 'Halleluja'.

 

 

 

In de Dienst van het Woord is het evangelie de laatste schriftlezing. Je zou het kunnen zien als in een liturgische stoet waar degene die de hoogste in waardigheid is de rij sluit. Met het evangelie komt de Dienst van het Woord tot  zijn hoogtepunt. Hoewel we ons er van bewust zijn dat in elk Bijbelwoord het de Heer zelf is die tot ons spreekt, heeft de lezing uit één van de vier evangeliën een duidelijke meerwaarde gekregen. Dit al vanaf de oudste tijden. De weelderige uitvoering van de evangelieboeken (evangeliaria) die ons vanuit het  verleden bewaard zijn gebleven, zijn daar ook een stille getuige van. Het gaat hierbij dikwijls om uitzonderlijk kostbare handschriften, rijkelijk versierd met miniaturen en gevat in banden met  goud-, zilver- en/of ivoorbeslag.  De evangelielezing wordt met extra plechtigheid en ceremonieel omgeven.  Het evangelieboek wordt plechtig aangedragen onder het zingen van een begeleidingszang: het Hallelujavers. Dit dan met uitzondering van de veertigdagentijd, dan maakt het Halleluja plaats voor het Vers voor het Evangelie.

 

De functie

In het Lectionarium vindt men voor elke zondag, naast de antwoordpsalm, nog een tweede ‘tussenzang’ aangegeven: het Hallelujavers of Vers voor het Evangelie. Net als bij de antwoordpsalm valt ook hier op dat de teksten zorgvuldig gekozen zijn. Soms zijn ze ontleend aan  het evangelie van de betreffende dag, anders typeren ze heel goed de eigen kleur van de bepaalde dag en liturgische viering. Voor de zondagen door het jaar zijn er enkele algemenere teksten gekozen. Het vers wil ons voorbereiden op het aanhoren van het evangeliewoord. Verwijst de antwoordpsalm naar de lezing die vooraf ging – en blijft daar zingend en mediterend bij stil staan –, het hallelujavers is gericht op de lezing die komen gaat. Het is dus een soort van gezongen welkom aan het evangelie en aan de Heer, die daarin tot spreken komt. Het wordt ingezet, wanneer degene die gaat lezen, het boek ter hand neemt en zich naar de ambo begeeft. Wanneer het wordt ingezet gaan allen uit eerbied staan.

 

De structuur

Het halleluja-vers heeft natuurlijk een eigen structuur. Het begint met een acclamatie op het  woord ‘halleluja’, een onvertaald woord uit de Joodse liturgie, dat ‘Looft JHWH’ betekent. De acclamatie wordt eerst  door koor of cantor gezongen en daarna door allen herhaald. Dan zingt de cantor (of het koor) het vers, waarna de acclamatie door allen wordt herhaald.

 

Het beschikbare repertoire

In de serie ‘Wisselende Gezangen voor het liturgisch jaar’ (een uitgave van Annie Bank) staan 44 zettingen van de Halleluja-verzen. Een vijftiental daarvan zijn opgenomen in ‘Gezangen voor Liturgie’ (nummers 241 tot en met 255).  Verder  verscheen in 2003 het ‘Alleluiarium’  met 71 op 34 verschillende  Hallelujamelodieën. Jan Böhmer heeft verschillende verzen op melodie gezet.

Als we de verschillende melodieën bekijken komen we tot de ontdekking dat er wat herkomst en muzikaal idioom betreft duidelijk twee soorten of groepen te onderscheiden zijn.

De eerste groep, zoals de afbeelding, valt direct op door het ontbreken van maatstrepen en de notatie zonder stokken of vlaggetjes. (In het Alleluiarium is hier echter geen rekening mee gehouden.) Herkomst en inspiratie verraden zich daardoor. Deze melodieën zijn ontstaan binnen de kloosters en leunen heel sterk aan tegen het gregoriaans. De verzen van deze melodieën zijn geschreven volgens een formule. Heel verschillende teksten kunnen zo op één en dezelfde melodie gezongen worden. Vergelijk daar voor de nummers 246 en 247 uit Gezangen voor Liturgie. De melodieën zijn snel bekend en geeft koor of voorzanger weinig moeilijkheden.

De tweede groep in Gezangen voor Liturgie kent bovengenoemde formuletechniek niet. Elk van de verzen is een compositie op zich. Bekende namen staan garant voor kwaliteit: B. Bartelink, A. de Klerk, M. Pirenne, J. Valkestijn en W. Vogel. De Halleluja-aanroep is bewust eenvoudig gehouden, zodat zij de deelname van allen niet in de wegstaan.

 

De praktijk

Je zou zo kunnen zeggen dat er geen enkel bezwaar meer is om de Halleluja-verzen op het programma van het koor op te nemen. Maar bij koordirigenten hoor je dan het excuus ‘bij ons in de kerk zijn er altijd maar twee schriftlezingen’. De Inleiding op het Altaarmissaal wijst in dit geval op twee mogelijkheden. Bij de eerste mogelijkheid maak je een keuze, men zingt van tijd tot tijd het Halleluja-vers in plaats van de antwoordpsalm. De tweede mogelijkheid is dat beide gewoon na elkaar gezongen worden. Na de antwoordpsalm is er een korte stilte en als de processie met het evangelieboek aanvangt wordt het Halleluja ingezet.  Een andere mogelijkheid is om het Halleluja-vers na het evangelie te zingen, bij wijze van acclamatie. Maar deze mogelijkheid doet geen recht aan de oorspronkelijke functie en bedoeling van dit liturgisch element.

 

 

 

 

Reacties

Gerard Wortman op 02-03-2014 18:59

Wij zingen iedere zondag een alleluja met vers.

Ik gebruik hierbij ook veel het Alleluiarium van Jan Bohmer, bijna voor iedere zondag een aparte tekst, met soms meestemmige Allelua's.

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Vul deze captcha in
Dit is een verplicht veld