Koorkring Zeeuws-Vlaanderen
Zing van de Heer een nieuw lied, heel de aarde, zing van de Heer.
de Slotritus

Als medewerkers aan de verschillende liturgische vieringen is het wel noodzakelijk om enige kennis te hebben van de opbouw van de viering waaraan we bijvoorbeeld als koor, dirigent of organist onze medewerking verlenen. In de categorie 'Zang in de liturgie' brengen wij de verschillende momenten onder de aandacht die door een koor gezongen kunnen worden. In deze aflevering 'de slotritus'.

 

 

Aan de openingsritus van de eucharistieviering wordt in de Algemene Inleiding op het Altaarmissaal uitvoering aandacht geschonken. Er worden maar liefst negen paragrafen aan het begin besteed. De beschrijving van de slotritus daarentegen is opvallend beknot en wordt in één paragraaf besproken. Paragraaf 57 luidt: De slotritus bestaat uit:                                                           

a. de groet en de zegen van de priester, die op sommige dagen en bij bepaalde gelegenheden uitgebreid kan worden met een gebed over het volk dan wel de vorm kan hebben van een plechtige zegen.                    

b. de eigenlijke wegzending, waarmee de gemeenschap heengezonden wordt, naar zijn dagelijkse bezigheden terug kan keren.

Verder in de Inleiding (paragraaf 123) wordt er op gewezen dat mededelingen die gedaan moeten worden, geschikt een plaats kunnen krijgen in aansluiting op het gebed na de communie. Hij werken zij het minst storend. Het gaat hier uitdrukkelijk om 'korte mededelingen' die het verloop van de viering niet ophouden. Voor langere informatie zijn andere kanalen beschikbaar: het mededelingenbord, het parochieblad, website en facebook van de parochie. Ook wordt nog geopperd om voor de wegzending een slotwoord te zeggen. Het zal de kunst zijn om in dat korte slotwoord met enkele woorden de thematiek van de Woorddienst in herinnering en te brengen en de link te leggen naar het leven van alledag.

Wanneer we de openingsritus en de slotritus naast elkaar zetten krijg je volgende opbouw:

 

Openingsritus                                               Slotritus

Intrede/ openingszang                                  Mededelingen en slotwoord

Reverentie voor altaar                                  Begroeting van de gelovigen

Altaarkus                                                     Zegen en zending

Kruisteken                                                   Altaarkus

Begroeting van de gelovigen                         Reverentie voor altaar

Inleidingswoord                                           Aftocht/ (slotzang)

 

Heel duidelijk wordt zo dat beide ritussen elkaars tegenpool zijn. Min of meer dezelfde elementen komen bij beide voor, maar in omgekeerde volgorde.

 

De slotzang

In bovenstaand schema valt op dat de slotzang tussen haakjes is geplaatst. De officiële ordo voorziet niet in een slotzang. Ook in het gregoriaans repertoire ontbreekt die. In het verleden werd dit gemis vaak vergoed, doordat men met elkaar nog een devotielied zong. Of het koor gaf nog een klapstuk, een uitsmijter ten beste, een oude traditie die inmiddels door heel wat jongerenkoren is overgenomen. Op zich zou het heel makkelijk kunnen zijn wanneer we de intochtsprocessie en de uittocht met een beurtzang zouden begeleiden en zoals we aan het begin van de viering met elkaar een lied zingen om elkaar tot vierende gemeenschap op te bouwen, zo zou men aan het einde van de viering samen een lied kunnen zingen om nog even het samenzijn te ervaren voordat iedereen weer zijn eigen weg gaat.

De slotritus vraagt eigenlijk wel om een muzikaal element, wil de viering na de communie niet als een nachtkaars uitgaan. In plaats van een slotlied is het zingen van zending en zegen zeker een uitstekende mogelijkheid.

 

 

Zegen en zending

De eucharistieviering eindigt met de zegen. We zijn met dit gebruik zo vertrouwd, dat we ons niet kunnen voorstellen, dat het ooit anders is geweest. Toch is de priesterlijk zegen aan het einde van de eucharistieviering van vrij jonge datum. Aanvankelijk sloot de viering met een gebed en een korte zendingsformule: ‘Ite missa est’ (Ga, het is volbracht). Alleen de bisschop kan daarna nog een zegen geven. Deze zegen stond helemaal los van de viering. Heel lang is in de romeinse liturgie het geven van de zegen een privilege van de bisschop gebleven. Pas in de twaalfde eeuw gaat ook de priester de zegen geven, inmiddels wel vanaf het altaar maar nog steeds na de zending. Tot 1969 zal men aan de onlogische volgorde ‘eerst zending, dan zegen’ kunnen aflezen, dat de zegen op het einde van de viering een latere toevoeging is. Bij de vernieuwde ordo, in de lijn van Vaticanum II, wordt de volgorde omgedraaid: eerst de zegen, dan de zending. Omdat het woord missa zich moeilijk liet vertalen, heeft men de voorkeur gegeven aan een formule, die ook in de oosterse liturgie gebruik werd: ‘Gaat nu allen heen in vrede’.

 

Het Altaarmissaal biedt twee mogelijkheden om de zegen liturgisch wat meer cachet te  geven. Allereerst zijn er 26 ‘orationes super populum’ (gebeden over het volk). Ze zijn bedoeld om gebruikt te worden voorafgaand aan de zegen. Met dergelijke gebeden werden de oudste, ons bekende romeinse liturgieën afgesloten. In de loop der eeuwen kwamen ze in onbruik. Ze werden het langst bewaard in de vastentijd.

Daarnaast is er de plechtige  zegenformule. Een twintigtal zijn opgenomen in het Altaarmissaal, enkele zelfs met muzieknotatie. Qua vorm zijn ze geïnspireerd op de bisschoppelijke zegenformules uit de Gallicaanse liturgie: drie zegenbeden, waarna de aanwezigen steeds met ‘Amen’ antwoorden en de bekende formule ‘Zegene u de almachtige God….’ tot besluit. De afbeelding rechts is de eerste van de drie oratio's van de zegen voor Pasen op muziekgezet door Ignace Thevelein.

 

Ook de eenvoudige zegenformule is te zingen, dat kan heel eenvoudig gebeuren, bij vieringen met een cantor of waar het koor eenstemmig zingt. Als het koor meerstemmig in de viering heeft gezongen is het aan te raden om ook bij de zegen en wegzending meerstemmig te zingen (GvL 342 – ‘Christus het eeuwige Woord van Jan Vermulst). De bijbelse zegen van Aäron uit Numeri 6, 24-27, van Gert Bremer is natuurlijk heel bruikbaar: De levende zegene en behoede u.

  



Reacties

Ronald op 29-09-2017 16:54

Beste Wim,

dank voor de reactie, we hebben nog een versie waarin volgens mij de zegenbede gezongen wordt en vervolgens afgesloten wordt met het 3 maal zingen van het Amen.

Wim Tobé op 04-09-2017 10:28

Beste mensen, na de zegenbede uit Numeri past ook heel goed de gebruikelijke zegen van de Drieëne God. Deze staat nergens afgedrukt, maar het is ook een 'afgang' om na die zegenbede een gesproken zegen en wegzending te zeggen. Beide formules gebruik ik als diaken, indien ik de voorganger ben of als een priester - die dit kan/wil zingen - ook de zegenbede uit Numeri heeft gezongen. Ze moeten n ook ter hand worden gesteld aan de koren.

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Dit is een verplicht veld